Navigatie:

U bent hier:



Nucleair onderzoek (hartspierscintigrafie)

Als er de verdenking bestaat op zuurstofgebrek in uw hart of op een beschadiging van uw hartspier, en er moet precies worden aangetoond waar in de hartspier het zuurstoftekort zit, dan kan een nucleair onderzoek worden verricht. Soms wil uw cardioloog meer weten over de pompfunctie van uw hart; de ejectiefractie. Dit is het deel van het bloed dat tijdens een hartslag de aorta en dus het lichaam in wordt gepompt.

Doel van dit onderzoek

Het onderzoek heeft als doel te beoordelen of er sprake is van zuurstoftekort van uw hartspier (meestal veroorzaakt door een vernauwing in één van de kransslagaders). Wanneer er inderdaad sprake is van zuurstoftekort kan tevens worden beoordeeld hoe uitgebreid dit tekort is.

Het onderzoek

Bij een nucleair onderzoek wordt er gekeken naar de doorbloeding van uw hartspier tijdens inspanning en tijdens rust. Dit nucleaire onderzoek wordt ook wel “scintigrafie” genoemd. Dit onderzoek kan op twee manieren worden uitgevoerd.

  • Via een infuus in uw arm wordt gedurende een aantal minuten een vaatverwijdend middel ingespoten. Als het maximale effect van deze nagebootste inspanning is bereikt, wordt de radioactieve stof aan u toegediend.
  • Door middel van een fietstest. U fietst totdat u maximaal ingespannen bent en krijgt vervolgens de radioactieve stof toegediend. Vervolgens fietst u nog ongeveer één minuut door. Voorafgaande aan dit onderzoek zal eerst een ECG (hartfilmpje) worden gemaakt

Doordat alleen een gezonde (hart)spier tijdens inspanning de radioactieve stof goed opneemt geeft deze meer straling af dan een (hart)spier die beschadigd is. Om beelden van deze behandeling te kunnen maken komt u op een onderzoekstafel te liggen waarin een zogenaamde ‘gammacamera’ zit. Deze camera registreert de radioactieve stof die wordt uitgezonden en zet deze vervolgens om in beelden; de zogenaamde scan. Na een pauze maakt de camera een tweede serie opnamen. Door de twee series met elkaar te vergelijken kan de cardioloog constateren welk deel van uw hartspier, tijdens inspanning, te weinig zuurstof krijgt.

Ook de meting van de ejectiefractie gebeurt met een radioactieve stof. U krijgt 25 minuten voor het inspuiten van de radioactieve stof een zogenaamde fosfaatverbinding ingespoten. Deze stof zorg ervoor dat de radioactieve stof zich aan het bloed kan binden. Ook hierna worden er foto's gemaakt. Afhankelijk van wat uw cardioloog bij u wilt onderzoeken kan er zowel in rust, als ook bij inspanning foto’s worden gemaakt. De cardioloog zal dit voor u bepalen.