Eerste hart hulp
De eerste hart hulp is de eerste hulp voor mensen met spoedeisende problemen aan het hart. Meestal komen deze patiënten per ambulance bij het CWZ. Het gaat om zo'n 4000 mensen per jaar.
Eerste harthulp tijdelijk naar spoedeisende hulp B54
De eerste harthulp (B36) is vanwege een grondige verbouwing voor vier maanden naar een tijdelijke locatie verhuisd. De afdeling betrekt sinds 29 juni enkele ruimtes in de nieuwe spoedeisende hulp op B54. Patiënten worden naar de juiste locaties verwezen door middel van duidelijke bewegwijzering. De eerste harthulp wordt groter omdat er een toename is van patiënten. Daarom zijn er nu al ruimtebesparende ligstoelen in gebruik genomen. Deze stoelen hebben naast ruimtevoordeel ook een mogelijk psychologisch effect. Mensen liggen immers niet in bed en hebben daardoor minder het gevoel opgenomen te zijn in het ziekenhuis.
Bereikbaarheid
| Afdeling | : | Eerste hart hulp B36 |
| Adres | : | Weg door Jonkerbos 100 |
| 6523 SZ Nijmegen | ||
| Postadres | : | Postbus 9015 |
| Nijmegen | ||
| Telefoon | : | 024 365 84 20 |
Wanneer naar de eerste hart hulp?
De eerste kennismaking met cardiologie is vaak een spoedopname. De ambulance brengt de patiënt rechtstreeks naar de eerste hart hulp. De eerste hart hulp ligt in de directe nabijheid van de afdeling hartbewaking.
Het is een continu 24-uurs opvang die beschikt over 3 éénpersoonskamers met de mogelijkheid van monitorbewaking alsmede een behandelkamer ingericht voor intensieve behandeling. Tijdens de opvang op de eerste hart hulp worden patiënten behandeld door een cardioloog en/of een arts-assistent cardiologie en een verpleegkundige van de hartbewaking.
Onderzoek: wat is er aan de hand?
Op de eerste hart hulp worden patiënten altijd aan de monitor aangesloten tot duidelijk is wat er aan de hand is. De verpleegkundige verzorgt de eerste opvang. Nadat de patiënt wat meer op zijn gemak is en zijn klachten heeft omschreven wordt onderzoek in gang gezet, zoals een ECG/ hartfilmpje en het meten van pols, bloeddruk en temperatuur
De arts-assistent bespreekt de klachten en doet lichamelijk onderzoek. Doorgaans wordt een infuusnaald ingebracht en bloedonderzoek gedaan. Indien nodig vindt röntgen- of ander onderzoek plaats. Als het nodig is kijken andere specialismen mee.
Advies
Nadat de arts-assistent heeft overlegd met de cardioloog volgt een advies. Er zijn verschillende mogelijkheden:
- De patiënt mag naar huis. Soms wordt de patiënt terugverwezen naar de huisarts of krijgt hij een afspraak mee voor een bezoek op de poli.
- De patiënt wordt kortdurend behandeld en mag vervolgens naar huis.
- De patiënt wordt opgenomen op de hartbewaking of op een van de verpleegafdelingen.
- De patiënt wordt opgenomen bij een ander specialisme.
- De patiënt wordt (soms wegens plaatsgebrek) doorverwezen naar een ander ziekenhuis.
In geval van opname wordt een behandelplan afgesproken en op de eerste hart hulp in gang gezet.
Folders
- Elektrocardiogram (ECG)/hartfilmpje
G152_05-02.pdf








