ICD (Implanteerbare Cardioverter Defibrillator)
Een ICD of Implanteerbare Cardioverter Defibrillator lijkt op een pacemaker, maar is aanmerkelijk gecompliceerder. Het systeem bestaat uit: de geleidingsdraden (ook "leads" genoemd), de ICD zelf en het programmeerapparaat. Een ICD is ongeveer zo groot als een luciferdoosje, kan hartritmestoornissen opsporen en dan ingrijpen.
Doel van deze behandeling
Een ICD dient primair om u in leven te houden bij een gevaarlijke ritmestoornis. Een ICD kan uw ritmestoornissen niet voorkomen maar wel stoppen. Als medicijnen of een hartoperatie onvoldoende helpen om de kamerritmestoornis onder controle te krijgen, kan uw cardioloog ervoor kiezen om een ICD te implanteren.
De behandeling
De ICD wordt meestal onder het linkersleutelbeen geplaatst. Dit vindt plaats onder plaatselijke verdoving. De cardioloog maakt een klein zakje onder de huid ‘de pocket” waarin de ICD wordt geplaatst. Tijdens de ingreep wordt het apparaatje getest, men kijkt bijvoorbeeld of de elektrode(n) op de goede plek zit(ten). Daarnaast zal er een kunstmatig kamerfibrilleren opgewekt worden om te toetsen of de ICD de stoornis herkend en uw hartritme goed herstelt. Hiervoor krijgt u een lichte narcose toegediend. Als duidelijk is dat de ICD goed werkt en de elektroden goed liggen worden de geleidedraden aan het omringende weefsel gehecht en de pocket met hechtingen gesloten.
Wilt u meer informatie?
Wilt u meer weten over de ICD (implanteerbare cardioverter defibrillator) klik dan hier voor een uitgebreide uitleg of kijk verder op de website van de hartstichting.



