Hartspierziekte
Cardiomyopathie is een verzamelnaam voor ziekten van de hartspier. Elke spier bestaat uit cellen die in ontspannen toestand lang zijn en bij het samentrekken kort worden, als een stuk elastiek. Bij cardiomyopathie kan door ziekte van de hartspiercellen de hartspier niet goed ontspannen of samentrekken. Daardoor kan het hart niet goed pompen. Cardiomyopathie wordt ook wel hartspierziekte genoemd (cardio = hart; myo = spier; pathie = ziekte).
Cardiomyopathie is meestal een chronische aandoening. De klachten en beperkingen kunnen de ene periode ernstiger zijn dan de andere. Dat ligt ook aan de behandeling en hoe iemand daarop reageert. Cardiomyopathie kan, als de toestand verslechterd en daardoor klachten toenemen, leiden tot hartfalen.
Soorten cardiomyopathie
Er zijn verschillende vormen van cardiomyopathie, de meest voorkomende zijn:
- Gedilateerde cardiomyopathie (gedilateerd = verwijd): bij deze vorm is de hartspier in z'n geheel aangedaan, wat gevolgen heeft voor de grootte van het hele hart. De linkerkamer werkt het hardst en lijdt daarom het meest onder de verminderde spierkracht. De linkerkamer reageert door zich te verwijden, waardoor met dezelfde spierkracht meer bloed wordt rondgepompt. Het hart compenseert de verminderde spierkracht ook door sneller te gaan kloppen. Het compensatiemechanisme is op korte termijn voordelig, maar op den duur kan het hart het niet meer aan en ontstaat hartfalen.
- Hypertrofische cardiomyopathie (hypertrofisch = te goed ontwikkeld): hierbij is een deel van de hartspier te dik waardoor de holte van de hartkamer te klein is. De hartspier kan op verschillende plaatsen verdikt zijn, maar meestal is in ieder geval de tussenwand tussen de kamers aangetast. De plaats van de verdikking is belangrijk. Als de tussenwand tot onder de aortaklep verdikt is, belemmert dat de uitstroom naar de aorta en kan dat kortademigheid en pijn op de borst veroorzaken.
- Restrictieve cardiomyopathie (restrictie = beperking): hierbij is spierweefsel van de hartspier in stijf bindweefsel veranderd, waarmee het zijn soepelheid verliest.
Behandeling
De oorzaak van cardiomyopathie kan niet altijd worden vastgesteld. Voor de behandeling heeft dit meestal geen consequenties. Die is in alle gevallen gelijk. Een door cardiomyopathie verzwakt hart kan in uitzonderlijk gevallen weer sterker worden, als de oorzaak kan worden gevonden en weggenomen. Zo kan een door overmatig alcoholgebruik veroorzaakte cardiomyopathie door stoppen met alcohol soms volledig herstellen. De behandeling is er echter in de meeste gevallen op gericht om met medicijnen erger te voorkomen.
Digoxine bijvoorbeeld kan de hartspier sterker maken waardoor de pompfunctie verbeterd. Bloeddrukverlagers geven verlichting omdat het bloed tegen een lagere druk weggepompt wordt. Plasmiddelen (diuretica) gaan de vochtophoping in de benen en longen tegen.
Bij bepaalde vormen van hypertrofische cardiomyopathie kan een openhartoperatie verlichting bieden. Een alternatief voor een openhartoperatie is een ingreep via hartkatheterisatie: alcoholablatie. Bij deze ingreep wordt een katheter met een ballonnetje ingebracht en naar één van de kransslagaders geleid. Als het ballonnetje op de juiste plek zit, spuit de arts via de katheter alcohol in. Het ballonnetje zorgt ervoor dat de alcohol niet terug kan stromen. De alcohol komt in de spiercellen van de verdikking in het tussenschot van het hart, die hierdoor afsterven. De verdikking in het tussenschot belemmert de doorstroom naar de aorta en na het verschrompelen van deze verdikking kan het bloed beter uit het hart naar de aorta stromen.



