Navigatie:

U bent hier:



Betere resultaten dankzij Slokdarmcentrum

09 juli 2010

De vorming van het Slokdarmcentrum Oost-Nederland (SCON) in 2007 heeft de regionale zorg voor mensen met slokdarmkanker sterk verbeterd. De sterftekans nam af, er doen zich minder complicaties voor en het herstel verloopt sneller. Dat blijkt uit onderzoeksresultaten die het SCON onlangs bekendmaakte.

 

Het SCON bestaat uit het UMC St Radboud en het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis. Het is opgericht nadat het ministerie van VWS slokdarmoperaties toewees aan centra met voldoende routine. Die regionale concentratie van ervaring en kennis blijkt te werken. Voor de regio Oost-Nederland steeg het aantal mensen dat een jaar na de ingreep nog in leven was van 70 naar 84 procent. Volgens CWZ-chirurg en SCON-voorzitter Camiel Rosman is de verbetering onder meer te danken aan het beter verwijderen van tumoren en lymfeklieren, een halvering van het bloedverlies tijdens de ingreep en een afname van bekende complicaties zoals longontsteking.

 

Hele traject

Uit recent onderzoek blijkt dat niet alleen het chirurgenwerk verbeterde. Het hele zorgtraject is beter. Daardoor ligt de patiënt twee in plaats van drie dagen op de IC, worden risico’s en complicaties sneller herkend en behandeld en mag de gemiddelde patiënt nu na tien dagen naar huis, in plaats van na zestien dagen.

Zoeken naar verbeteringen

De vergelijkingen zijn gebaseerd op de SCON resultaten in 2008 en 2009, afgezet tegen de periode 2000-2005 waarin bijna alle streekziekenhuizen in de regio de ingreep zelfstandig uitvoerden. Het onderzoek maakt duidelijk dat ook in het Radboud en het CWZ zelf de prestaties verbeterden sinds het SCON bestaat. Het zoeken naar verdere verbetermogelijkheden gaat door. Zo wordt momenteel onderzocht of slokdarmingrepen wellicht beter via de kijkbuis kunnen worden uitgevoerd. Het SCON neemt hiervoor deel aan een groot internationaal onderzoek onder leiding van het Amsterdamse VU Ziekenhuis.