Navigatie:

U bent hier:



Hartfalenpoli bestaat 10 jaar

13 januari 2011

V.l.n.r. de hartfalenverpleegkundigen Anneke van Anken en Gini van Til, de cardiologen Evert Lamfers en Don Hertzberger, en hartfalenverpleegkundigen Jacqueline Kloek-Verweij en Kim van Zutphen / foto Bart Nijs Fotografie

Enkele tientallen patiënten in het bestand en twee verpleegkundigen die bijna elke vraag aan een cardioloog voorlegden. Dat was de situatie bij de start van de hartfalenpoli in 2000. Anno 2011 hebben vier van zelfvertrouwen blakende specialistische verpleegkundigen meer dan duizend patiënten onder hun hoede. Patiënten die met elkaar gemeen hebben dat de pompfunctie van hun hart niet goed is.

Hemd van het lijf

In kamer 7 van de tijdelijke noodbouw zit meneer Gerrits met ontbloot bovenlijf op de onderzoekstafel. Geen wonder: hartfalenverpleegkundige Jacqueline Kloek-Verweij heeft hem net het hemd van het lijf gevraagd. Over z’n medicijnen, vermoeidheid en duizelingen, of zijn klachten erger zijn geworden en nog veel meer. De man geeft aan dat hij de laatste tijd vaker duizelig wordt. Jacqueline vermoedt een verband met zijn nieuwe medicijnen en belooft dit uit te zoeken. Ze luistert naar hart en longen en meet de bloeddruk. Ook checkt ze de halsader. ‘Als het lichaam veel vocht vasthoudt, dan zie je vaak stuwing in deze ader’, legt ze uit.
Als de man aangekleed en wel weer voor haar zit, herhaalt ze kort alles wat ze in het halve uur dat het consult duurde met hem besprak en stelt een nieuwe afspraak voor op 18 november. ’Dan ben ik jarig.’ ’Nou, dan is de zestiende misschien toch wat sympathieker’, stelt Jacqueline glimlachend voor. ’Mij maakt het niks uit hoor, jij mag het zeggen.’ Gerrits is geen verjaardagsfeestbeest. Toch wordt het de zestiende.

Als een schaduw

Met falen bedoelen we toch meestal dat er door iemands schuld of onvermogen iets mis is (gegaan). ‘Oog in oog met de keeper faalde de aanvaller jammerlijk.’ Een ziek hart kun je toch moeilijk iets kwalijk nemen. Wel kun je stellen dat ie niet doet wat ie eigenlijk zou moeten doen, en zo zal dit ‘falen’ zijn bedoeld.
Eind jaren negentig kwamen de cardiologen Evert Lamfers en Don Hertzberger en de verpleegkundigen Gini van Til en Kim van Zutphen vrijwel gelijktijdig met het idee om een hartfalenpoli te beginnen. Er waren er toen een stuk of tien in Nederland en de eerste ervaringen werden bekend via symposia en vakbladen. ’Hartfalen vraagt om uiterst complexe zorg,’ vertelt Lamfers. ‘Geen enkele patiënt is hetzelfde en de behandeling met medicijnen is heel individueel. Daarbij komt dat hartfalen grote gevolgen heeft voor het dagelijks leven. De patiënt heeft tal van vragen. Ga ik nu dood? Kan ik nog wel op vakantie? Dan heb je iemand nodig die je gemakkelijk kunt bellen. Een hartfalenverpleegkundige die als een schaduw aan je vast zit.’ 

Kat uit de boom

In oktober 2000 was de poli operationeel. ‘In het begin moesten we ons nog bewijzen‘, vertelt Gini van Til, nurse practitioner en hartfalenverpleegkundige. ‘Een aantal cardiologen keek de kat uit de boom en verwees geen of weinig patiënten naar ons door. Pas later veranderde dat. We wonnen vertrouwen van de patiënten én de cardiologen en de poli ging fors groeien. Dat komt ook doordat er steeds betere technieken en medicijnen zijn om mensen met hartfalen in leven te houden. Denk aan de icd-implantaties en biventriculaire pacemakers. De patiënten blijven dus gemiddeld langer onder controle bij ons dan tien jaar geleden.’ ‘We zien mensen, afhankelijk van de ernst van hun klachten, vaak of minder vaak op de poli‘, vult collega Kim van Zutphen aan. ‘Ze kunnen ons ook tijdens kantooruren bellen als hun klachten verergeren of er vragen zijn over medicatie, bloeduitslagen of wat wel en niet mag. Per jaar zijn dat duizenden telefoontjes. Dat worden er de komende jaren zeer zeker meer. We denken daarom na over andere oplossingen, zoals telemonitoring. Daar loopt nu een studie naar.’

Verjaardagscadeau

Niet alleen patiënten en mantelzorgers nemen contact op. Hartfalenverpleegkundige Anneke van Anken: ‘Ook de thuiszorg, medewerkers van verzorgingshuizen en verpleeg- en huisartsen weten ons te vinden. Ze weten dat wij de patiënten kennen en hun gegevens in onze database hebben. Het overleg gaat vaak over klachten als kortademigheid en gewichtstoename bij vochtretentie. Snelle reactie hierop voorkomt in veel gevallen een heropname in het ziekenhuis. We informeren huisartsen ook actief over medicatiewijzigingen.’ Jacqueline: ‘En áls een patiënt in het CWZ wordt opgenomen, krijgen wij de volgende dag per e-mail een melding hiervan. We adviseren de verpleegafdeling dan hoe ze het beste rekening kunnen houden met de hartklachten. Met ons aanbod van poliklinische zorg helpen we bovendien de opnameduur zo kort mogelijk te houden. Verder hebben we ook regelmatig overleg met nefrologen en longartsen.’
Of hun werk toegevoegde waarde heeft, is dan ook een overbodige vraag. Cardioloog Sylvie de Jong vat samen: ‘ De poli is een expertisecentrum voor de hartfalenpatiënt. Laagdrempelig vooral. En snel: wanneer de patiënt eerst langs de cardioloog zou moeten, duurt het veel langer voordat een behandeling kan worden bijgesteld. Verreweg de meeste vraagstukken lossen de verpleegkundigen zelfstandig op. Als dat gebeurt volgens de richtlijnen, kan dat prima. Minder heropnames en duizend tevreden patiënten: dat is het mooiste cadeau voor de jarige poli.’

Hartfalen

Hartfalen is in de meeste gevallen een chronische ziekte. Behandeling richt zich op het in optimale conditie brengen van het hart en daarmee op het voorkomen of verminderen van klachten. Hartfalenverpleegkundigen werken nauw samen met de cardiologen. Ze proberen de patiënt zo zelfstandig en goed mogelijk te leren omgaan met de aandoening. Bijvoorbeeld door het geven van informatie en instructie over de ziekte, het medicijngebruik en in acht te nemen ‘leefregels’. De cardioloog blijft eindverantwoordelijk, maar ervaren hartfalenverpleegkundigen hebben een grote inbreng op het medisch beleid.