Zalen voor de armen, kamers voor de rijken
Omdat ziekenfondsverzekeringen pas in de jaren veertig van de grond kwamen, moesten gemeenten tot die tijd opdraaien voor de ziekenhuiskosten van hun armlastige burgers. In het Canisiusziekenhuis aan de Sint-Annastraat was één vleugel speciaal bestemd voor de mensen met een smalle beurs, het zogenoemde gemeentepaviljoen.
In 1927 betaalde een gemeentepatiënt vier tot zes gulden per dag, terwijl het tarief voor een welgestelde heer of dame een tientje was. Contant betalen was overigens een normale zaak voor mensen die niet verzekerd waren.
Legendarisch is het verhaal van mevrouw Arts uit Beek die op 20 november 1943 acuut werd opgenomen, drie dagen nadat ze thuis was bevallen van een zoon. In de consternatie was ze vergeten een portemonnee mee te nemen. Haar man werd naar huis teruggestuurd om geld te halen. Doodziek, met kraamvrouwenkoorts en roodvonk, wachtte mevrouw Arts in de hal van het ziekenhuis. Tot manlief terug was met de beurs.
Tot 1992 had het CWZ officieel een klassepaviljoen. Eerste klas particulier verzekerden lagen er in ruime kamers, rechts van de ingang aan de Sint-Annastraat. Ze hadden heel wat streepjes voor op hun medepatiënten in de vleugel aan de Verlengde Groenestraat waar velen met vijftien anderen een zaal deelden.









