Van 250 tot 653 bedden
Wie bouwt nu een ziekenhuis zo ver buiten de stad? Een financiële strop voor Nijmegen! De bedden komen nooit vol! Kritiek was er alom, bij de plannen voor een nieuw ziekenhuis aan het begin van de twintigste eeuw.
De oprichters hadden wel degelijk angst dat de tegenstanders gelijk zouden krijgen. Als de 250 bedden aan de Sint-Annastraat niet ‘vol’ zouden komen, kon men niet rondkomen. Met gemiddeld 156 patiënten per dag waren de beginjaren dan ook bepaald matig.
Dat had vooral de maken met het gemeentelijk beleid. Omdat er nog geen ziekenfondsen waren - die werden pas in de jaren veertig opgericht - waren armlastige patiënten aangewezen op de gemeente Nijmegen. Om de kosten binnen de perken te houden, hanteerde de gemeente strenge criteria.
In 1930 werd het gemeentelijk beleid socialer en kregen ook de armen recht op goede verpleging en behandeling. In de bedbezettingsstatistieken was dat direct zichtbaar. De financiële gevolgen waren zo gunstig dat het ziekenhuis al in 1930 selfsupporting was.
De goodwill van het ziekenhuis was gevestigd. Het bedbezettingspercentage bleef echter stijgen. Zo sterk, dat het zestig jaar later zorgelijk werd. In 1996 werd in het CWZ het hoogste percentage ooit gehaald: dagelijks was gemiddeld 93 procent van de 653 bedden bezet.
Hoewel sindsdien een minimale daling is te zien, zit het CWZ nog altijd aan de grenzen van zijn capaciteit.







