Steeds korter in een ziekenhuisbed
Vroeger lagen mensen veel langer in het ziekenhuis dan nu. Neem bijvoorbeeld het eerste jaar van het Canisiusziekenhuis aan de Sint-Annastraat, 1927.
De gemiddelde verpleegduur was toen 27,9 dagen. Voor een knie-operatie bezette iemand vijf maanden lang een ziekenhuisbed. Voor een nierbekkenontsteking was anderhalf jaar normaal. Vier jaar voor tuberculose of een bekkenfractuur was ook geen uitzondering.
Zo lang in een ziekenhuis liggen, is niet meer van deze tijd. Mensen worden sneller ontslagen, om thuis of in een verpleeghuis uit te zieken. Bovendien zijn de opvattingen over bedrust veranderd: in bed blijven kan ook een averechts effect hebben.
Tegelijkertijd kun je vraagtekens zetten bij het huidige ontslagbeleid in de Nederlandse ziekenhuizen. Terwijl de een het fijn vindt om na een operatie weer gauw naar huis te gaan, kan de ander het als wel erg snel ervaren. Maar hoe het ook zij, met name door de toename van de dagbehandelingen is de gemiddelde verpleegduur in het CWZ afgenomen.
En sinds 1991 moet het CWZ het ook met minder bedden doen. Al die jaren is het aantal bedden niet meegegroeid, terwijl het aantal patiënten stijgt. Als de ontwikkeling voortzet dat ziekenhuizen meer en meer high-tech-centra worden, is de kans reëel dat ziekenhuizen straks over minder bedden beschikken.
Dat zal dan wel gepaard moeten gaan met meer bedden in vervolginstellingen en meer thuiszorg. Misschien liggen daar wel kansen voor het CWZ: vervolgvoorzieningen op eigen terrein.
Gemiddeld aantal verpleegdagen
| 1927 | 27.9 |
| 1931 | 27.5 |
| 1941 | 23.3 |
| 1951 | 18.2 |
| 1961 | 15.6 |
| 1971 | 14.8 |
| 1981 | 12.9 |
| 1991 | 10.5 |
| 1999 | 9.0 |
| 2007 | 6.1 |







